senses-vision

Oordelen

Een boer had een prachtig paard, dat hij nooit had willen verkopen. Op een dag was het paard verdwenen uit de stal. 'Wat een ongeluk!' riepen de dorpelingen in koor. 'Wat vreselijk voor je dat je je paard kwijt bent! Had je het nou maar verkocht!'

Ach, zei de boer, of het slecht is, weet ik niet. Ik weet alleen dat het paard uit de stal verdwenen is. Een week later kwam het paard terug, en het bracht vijftien wilde paarden met zich mee. Wat een geluk! riepen de dorpelingen. Wat fijn voor je dat je zoveel paarden hebt!

Ik weet niet of het goed is, antwoordde de boer. Ik weet alleen dat ik nu zestien paarden heb. De zoon van de boer probeerde de wilde paarden te temmen. Hij werd uit het zadel geworpen en brak beide benen. Wat ellendig voor je! reageerde het dorp. Nu is je zoon geblesseerd, misschien blijft hij wel altijd kreupel! Oordeel toch niet zo snel, zei de boer. Laten we vaststellen dat mijn zoon zijn benen heeft gebroken. Of dat een ongeluk is of een zegen, weet niemand.

Een paar weken later moesten alle jongemannen in dienst. De keizer beraamde een veldslag. Iedereen wist dat hij zou verliezen en dat de meeste soldaten zouden omkomen. De zoon van de boer kon niet meevechten, vanwege zijn gebroken benen. De dorpelingen feliciteerden de boer: Wat een geluk dat jij je zoon nog hebt!

Maar hij zei weer: Niemand weet of het goed is of slecht dat mijn zoon niet mee hoeft te vechten. Niemand kent het hele verhaal. We zien alleen fragmenten. Oordeel toch niet.

Reageer